Gysette Stuurbrink

Juridisch Medewerker
Florys HR

Op 5 juli 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over het voornemen om verplichte certificering voor uitzendorganisaties in te voeren. Dat gaat voor zowel bestaande als nieuwe uitzendorganisaties aanzienlijke gevolgen hebben. Hoewel de regels op zijn vroegst in 2025 concreet zullen worden, is het zinvol om alvast helder te hebben wat de hoofdlijnen van deze brief zijn zodat je jouw organisatie tijdig kunt voorbereiden op de wijzigingen. In dit artikel lees je de hoofdlijnen van de brief. 

De aanleiding voor het opzetten van een verplicht certificeringsstelsel zijn de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (commissie Roemer). Deze commissie heeft het kabinet in 2020 geadviseerd om de uitzendsector beter te reguleren. Het kabinet heeft een aantal doelstellingen met het certificeringsstelstel: de positie van ter beschikking gestelde arbeidskrachten beter beschermen, een gelijk speelveld voor inleners en uitleners waarborgen en uitleners die zich niet aan de regels houden van de markt weren. De kern van het stelstel is als volgt: 

  1. Alle uitleners (organisaties die arbeidskrachten ter beschikking stellen) moeten zich certificeren als zij arbeidskrachten ter beschikking willen stellen; 
  2. Alle ondernemingen of rechtspersonen die gebruik willen maken van ter beschikking gestelde arbeidskrachten mogen uitsluiten inlenen van gecertificeerde uitleners. Dit geldt ook voor doorleensituaties. 

Voor wie geldt de certificeringsplicht (niet)? 

De certificeringsplicht zal gelden voor alle ondernemingen die werknemers ter beschikking stellen zoals in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) is omschreven. Hieronder vallen dus ook uitleners die niet uitzenden, maar hun personeel om een andere reden uitlenen aan andere organisaties. De certificeringsplicht geldt niet voor organisaties die geen arbeidskrachten ter beschikking stellen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer aangenomen werkzaamheden worden uitgevoerd door werknemers in dienst van een ander bedrijf, denk hierbij bijvoorbeeld aan beveiliging, schoonmaak et cetera. 

Waarom is deze informatie ook relevant voor inleners? 

De inlener is verplicht om te controleren of de werkgever van de arbeidskracht gecertificeerd is. Dit geldt ook in doorleensituaties. Er zal een openbaar register komen waarin dit gecontroleerd kan worden.  

Normen van het certificaat 

De norm van het certificaat zal in ieder geval bestaan uit de al bestaande normen van het SNA-keurmerk. Het kabinet wil hierbij een aantal aanvullende verplichtingen voor uitleners opnemen: 

  1. Betaling van het juiste loon op grond van de loonverhoudingsnorm; 
  2. Een verklaring omtrent het gedrag voor rechtspersonen (VOG); 
  3. Een bankgarantie van 100.000 euro; 
  4. Het aanbieden van gecertificeerde huisvesting aan arbeidsmigranten; 
  5. Het doorgeven van informatie over veiligheid op de werkplek; en 
  6. Controle op pensioenaansluiting. 

Looptijd en verlenging certificaat 

De looptijd van het certificaat zal vier jaar zijn. Daarna kan de uitlener een verlenging aanvragen. Na de verlenging vervalt de verplichting van een bankgarantie, mits de onderneming gedurende de eerste vier jaren het certificaat heeft behouden en tijdens deze periode aantoonbaar arbeidskrachten heeft uitgeleend. De certificeringsplicht (en de controle daarop) blijft bestaan. Voor startende uitleners wil het kabinet een voorlopig certificaat beschikbaar stellen. Deze geldt voor zes maanden, daarna moet de uitlener een volwaardig certificaat aanvragen. 

Overgangsrecht 

Het kabinet wil overgangsrecht invoeren voor uitleners die ten tijde van de inwerkingtreding van de certificeringsplicht tenminste vier jaar arbeidskrachten ter beschikking hebben gesteld. Zij kunnen worden vrijgesteld van de bankgarantieplicht als zij in die vier jaar onafgebroken bij de Kamer van Koophandel ingeschreven zijn geweest, een Waadi-registratie hebben gehad, aantoonbaar arbeidskrachten ter beschikking hebben gesteld en zij een Verklaring betalingsgedrag van de Belastingdienst kunnen verstrekken. 

Controle op certificering 

Het verplichte certificeringsstelsel zal op zijn vroegst begin 2025 in werking treden. De normering van het reeds bestaand SNA-keurmerk zal een startpunt zijn voor de certificering, maar dit zal aangevuld, versterkt en breder gebruikt gaan worden. Het is de bedoeling dat er een certificerende instelling (CI) komt die de certificaten uitgeeft, schorst en kan intrekken. Private inspectie-instellingen zullen periodieke controles uitvoeren bij uitleners om te controleren of zij aan de gestelde normen van de CI voldoen. Tot slot zal de Nederlandse Arbeidsinspectie toezicht houden op de naleving van de certificeringsplicht door uitleners en inleners en kan zij ook handhaven wanneer in strijd met de wet wordt gehandeld. 

Tot slot 

Het verplichte certificeringsstelsel zal voor uitleners ingrijpende gevolgen hebben en voor extra kosten zorgen. Florys volgt de ontwikkelingen op de voet en staat voor je klaar met advies. Heb je naar aanleiding van dit artikel vragen? Neem dan contact met ons op via info@florys.nl of 0184 – 208 208